Hoofdstuk 14 – Film oefenvideo’s

Reactiesnelheid

Oefenvideo's olympiades, ingangsexamens...
  1. Voor de reactie A + B   –>    C + D werd de reactiesnelheid v bepaald bij verschillende concentraties van de reagentia. De resultaten van het onderzoek staan in de onderstaande tabel. 

Experiment nr.

1

2

3

4

5

[A] (mol.L-1)

0,10

0,20

0,30

0,20

Y

[B] (mol.L-1)

0,10

0,10

0,20

0,20

0,30

v (mol.L-1.s-1)

0,0015

0,0030

X

0,0060

0,018

 Voor welke waarden staan X en Y?

 

2. Voor de reactie A + B   –>    AB worden voor 3 experimenten telkens de beginconcentraties en de overeenstemmende beginsnelheid v0 weergegeven.

 

Experiment

[A]0 (mol.L-1)

[B]0 (mol.L-1)

v0 (mol.L-1.s-1)

1

0,10

0,10

1,0

2

0,20

0,10

4,0

3

0,20

0,20

8,0

 

Wat is de beginsnelheid van de reactie als [A]0 = [B]0 = 0,40 mol.L-1 ?

<A>        64 mol.L-1.s-1

<B>        48 mol.L-1.s-1

<C>        32 mol.L-1.s-1

<D>        16 mol.L-1.s-1

3. Jodide-ionen worden geoxideerd door een aangezuurde oplossing van dichromaationen volgens de reactie

De gegevens in de onderstaande tabel werden verkregen door een studie van deze reactie bij constante pH.

 

Experiment

Beginconcentratie (mol.L-1)

Beginsnelheid v0

(mol.L-1.s-1)

[Cr2O72-]

[I]

#1

0,0040

0,010

0,00050

#2

0,0080

0,010

0,0010

#3

0,0120

0,020

0,0060

 

Welke orde van de reactie ten opzichte van de dichromaat-, respectievelijk de jodide-ionen kan uit deze gegevens afgeleid worden?

 

 

orde t.o.v. Cr2O72-

orde t.o.v. I

<A>

1

2

<B>

2

1

<C>

2

2

<D>

1

1

4. De temperatuur heeft meestal een merkbare invloed op de snelheid van een chemische reactie.

In verband met die invloed worden volgende uitspraken gedaan:

 

5. Gegeven is de reactie 2A(aq) + B(aq) –> C(aq) + 2D(aq)

De gemiddelde reactiesnelheid vgem voor deze reactie in een tijdsinterval

∆t wordt als volgt gedefiniëerd:

Vgem = − ∆[𝐴]

                2.∆𝑡

Tijdens de eerste minuut van de reactie neemt de concentratie van stof D toe van 0,000 mol.L-1 naar 0,050 mol.L-1.

Hoeveel bedraagt de gemiddelde reactiesnelheid gedurende deze eerste minuut?

 

7. Welke van de volgende uitdrukkingen geeft het verband weer tussen de gemiddelde snelheden waarmee NO2 en Cl2 in eenzelfde tijdsinterval ∆t wegreageren volgens onderstaande reactie?

2NO2(g) + Cl2(g) –> 2NO2Cl(g)

8. Wat is de eenheid van de reactieconstante in een reactie van de derde orde?

Eigen oefenvideo's

Zoektermen

Een UCLL project

logo lerarenopleidinglogo UCLLlogo Vakdidactieklogo Art of Teaching

Partners

logo covalent

translate »