Kies pagina               
  1. Bij het mengen van welke van volgende waterige zoutoplossingen ontstaat zeker GEEN neerslag?

 

2. De grafiek geeft de oplosbaarheid (in g/100 g H2O) van een aantal zouten weer in functie van de temperatuur.

 Bij welke temperatuur bevat een verzadigde oplossing van ammoniumchloride ongeveer 43 g zout per 75 g water?

3. Een laborant bereidt twee mengsels, ieder met een volume van 100 ml. Mengsel 1 bevat een kleine hoeveelheid (NH4)2SO4 in water, mengsel 2 een kleine hoeveelheid NaI in water. Wat gebeurt er bij de bereiding van beide mengsels en wat gebeurt er als beide mengsels worden samengevoegd?

4. Wat gebeurt er bij het samenvoegen van een oplossing van kaliumhydroxide en een oplossing van koper(II)nitraat bij kamertemperatuur?

5. In een verzadigde oplossing van Cu(OH)2 is vast Cu(OH)2 in evenwicht met zijn ionen. Waardoor neemt bij constante temperatuur de  Cu2+ – ionenconcentratie in de oplossing toe?

6. 1 liter van een oplossing waarin 1 mol KI is opgelost wordt toegevoegd aan 1 liter van een oplossing waarin 1 mol Pb(NO3)2 is opgelost.

Er ontstaat een neerslag die we affiltreren. We verdelen het filtraat in 2 gelijke volumes. Aan filtraat A voegen we 1 mol KI toe en aan filtraat B 1 mol Pb(NO3)2. We gaan voor beide mengsels na of er neerslag gevormd is.

Gegeven is dat nitraten goed oplosbaar zijn in water. Welke van volgende uitspraken in verband met de mengsels is correct?

7. Jan vermoedt dat een hoeveelheid KCl verontreinigd is met K2SO4 en wil dit onderzoeken door een klein gedeelte van dit eventueel verontreinigd KCl op te lossen in water en een oplossing van een andere stof toe te voegen. Van welke stof moet Jan een geschikte oplossing maken om dit te onderzoeken?

a. HCl

b. NaOH

c. AgNO3

d. Ba(NO3)2

8. Aan 500 mL NiSO4-oplossing met c = 1,00 mol/L wordt 100 mL Ba(NO3)2 –oplossing met c = 2,00 mol/L toegevoegd.

De ontstane neerslag wordt afgefiltreerd. Wat is de hoeveelheid SO42- -ionen in het filtraat?

9. Welke volumes van de oplossingen I en II moeten samengevoegd worden om de grootste hoeveelheid neerslag (in mol) van Fe(OH)3 te bekomen?
oplossing I: Fe2(SO4)3 met c = 1,0 mol.L-1
oplossing II: NaOH met c = 1,0 mol.L-1

10. Aan 100 mL Fe2(SO4)3-oplossing met c = 0,10 mol L-1 wordt 300 mL NaOH-oplossing met c = 0,10 mol L-1 toegevoegd.  

Zoektermen

Een UCLL project

logo lerarenopleidinglogo UCLLlogo Vakdidactieklogo Art of Teaching

Partners

logo covalent

translate »