Aantonen van de oplosbaarheid van gassen

1.Voorbereiding

a.Materiaal + stoffen

  • 2 thermometers
  • 2 erlenmeyers (+ rubberen stoppen)
  • 2 ballonnen
  • (+ azijn en bakpoeder voor de productie van koolstofdioxide)

b.Opstelling (foto)

3.Uitvoeren

a.Werkwijze

  • Doe in de twee erlenmeyers 100 ml gedestilleerd water.
  • Blaas één ballon op en bevestig deze (zonder dat er zuurstofgas ontsnapt) op de eerste erlenmeyer.
  • Produceer CO2:

Schud in een erlenmeyer 15 ml azijn. Voeg hier een afgestreken theelepel bakpoeder aan toe. Plaats onmiddellijk de ballon op de erlenmeyer.

  • Bevestig de ballon met CO2 op de tweede erlenmeyer.
  • Laat ze een 15 – 20 min staan zodat de gassen eventueel ‘oplossen’.
  • Plaats dan twee lampen naast de erlenmeyers en richt ze op het luchtledige, niet op de vloeistof. (Op deze manier verwarmen we de gassen.)
  • Deze opstelling laat je nog eens 1u staan.
  • Nu haal je de ballonnen van de erlenmeyers af en je stopt er onmiddellijk de thermometers in.
  • Lees de temperaturen af.
  • Noteer de waarnemingen.

b.Waarneming (+ foto’s)

4.Reflecteren

Zuurstofgas lost minder goed op in water dan koolstofdioxidegas. Dit kan je vaststellen doordat de temperatuur van het water in de erlenmeyer met CO2 hoger is dan de temperatuur van het water met O2.

Hoe hoger de temperatuur, hoe beter vaste stoffen oplossen, maar hoe slechter gassen oplossen.

Hoe lager de temperatuur, hoe beter gassen oplossen. Door de temperatuur van water te verhogen (warm water), zorg je ervoor dat de gasmoleculen streven om een nog grotere ruimte in te nemen. Met als gevolg dat de gasmoleculen het minder belangrijk vinden om op te lossen in het water. De aantrekkende kracht tussen de moleculen verzwakt.

 

Aanmelden

zeventien + acht =

Zoektermen

Een UCLL project

logo lerarenopleidinglogo UCLLlogo Vakdidactieklogo Art of Teaching

Partners

logo covalent

translate »